dinsdag 12 september 2006

2006 deel 3: Bute

Ons laatste ontbijt alweer op Cumbrae vandaag, wat gaat zo'n vakantie toch snel. De ontbijttafel is inmiddels flink uitgebreid met een groep geestelijken die hier een weekje komt vergaderen.
Als we de tassen in de auto gooien en wegrijden uit Millport, komen we erachter dat Aarjens rijbewijs nog in de slaapkamer van The College ligt. We rijden weer terug en gelukkig ligt het roze papiertje nog in het nachtkastje. Nu rijden we echt definitief weg uit Millport. Eenmaal bij de ferry pier blijkt dat de dienstregeling van de ferry vertraagd is. De lichtkrant laat ons weten dat de tankauto die de ferry van brandstof moet voorzien, ergens in de file staat.
Eenmaal aan de overkant in Largs aangekomen volgen we de A78 naar Wemyss Bay. Het lijkt erop dat we precies op tijd zijn voor de ferry naar Bute, maar een grote vrachtauto is ons voor en helaas is de boot vol. De volgende boot gaat ruim een uur later, dus we besteden onze tijd met een kopje koffie in het station. Waar we op Cumbrae nog geen haast hadden, vervelen we ons hier wel na een kwartiertje. Wemyss Bay is nou bepaald niet een spetterend stadje, en Bute lokt. Het moet gezegd worden dat het station van Wemyss Bay zeker wel de moeite waard is om te bekijken.
Station van Wemyss Bay

Als de ferry aanmeert, kunnen we als eerste aan boord. Snel de auto weer uit en heerlijk voor op de boot genieten van Bute dat langzamerhand dichterbij komt. Over de heuvels van het vasteland rollen de donkere regenwolken, maar wij houden het gelukkig droog. Boven Bute is er zelfs blauwe lucht te zien.
Mooi weer aan de ene kant

Rollende wolken aan de andere kant
We varen vlak langs Toward Point, gelegen op het vasteland, en komen na een vaart van 35 minuten aan in Rothesay op het eiland Bute.
Toward Point

Van te voren hebben we al het B&B geboekt. We verblijven 2 nachten op Bute in het Argyle House, dat aan de waterkant van het stadje Rothesay ligt. Als we binnenkomen is er niemand, behalve een vervaarlijk grommende hond achter de keukendeur. Gelukkig komt Heather, de eigenaresse, al snel binnenlopen en showt ons onze kamer: een ietwat kleine maar perfecte kamer met uitzicht over Rothesay Bay. Naast onze kamer is een grote kamer met tv, boeken en tijdschriften voor de gasten. We zijn de enige gasten, dus we mogen deze kamer ook gebruiken om afhaalmaaltijden in te eten en om als uitbreiding van onze kamer te zien. Prima!
Uitzicht van het B&B

We laten onze tassen achter in het B&B en stappen weer in de auto. Het is inmiddels al 2 uur 's middags en we willen vandaag nog iets van Bute zien. De eerste bestemming: Mount Stuart House. Dit enorme huis is gebouwd voor de 3de Markies van Bute, op de restanten van het oude, afgebrande Mount Stuart House. Het huis schijnt van binnen echt schitterend te zijn, maar omdat we buiten de vakantieperiode een bezoek brengen, worden er minder rondleidingen gegeven en zijn de rondleidingen van vanmiddag al volgeboekt voor de grote touringcar-toeristen. Gelukkig beschikt het huis ook over enorme tuinen en bossen, dus reden genoeg om hier toch nog een fijne wandeling te maken van een uur en het huis van de buitenkant te bekijken en wat te snacken in het Vistor Centre.
Mount Stuart House
Na het bezoek aan Mount Stuart denken we nog even naar St. Blanes te gaan, maar we nemen de verkeerde afslag en het verkeerde voetpad, dus lopen we de rest van de middag een deel van de West Island Way, het lange-afstands wandelpad op Bute. Uiteindelijk komt dit pad wel uit bij St. Blanes, maar zouden we in het donker terug moeten lopen. Dus halverwege keren we helaas om.
Een stukje West Island Way
Uitzicht naar Arran

's Avonds halen we fish & chips, die we onder het genot van digitale televisie opeten in onze prive-woonkamer. We zijn vandaag echt lekker uitgewaaid, vooral de wandeling over het zuidelijke punt van Bute zorgt ervoor dat we vanavond lekker lui op de bank blijven hangen, filmpje en Irn-Bru erbij, heerlijk. De auto van de buurman wordt voor de deur omgetoverd tot hanghok van de lokale jeugd, waardoor we af en toe het geluid van de tv iets harder moeten zetten, omdat er weer een hit van de Venga Boys voorbij schalt. Gelukkig gaat de muziek niet al te laat uit, waardoor we evengoed een prima nachtrust hebben.

We zijn vanochtend alweer vroeg wakker. Als we beneden in de ontbijtkamer komen, is Heather weg de kinderen naar school brengen en Calum staat al in zijn werkkleding klaar om ook de deur uit te gaan. Dat deze mensen nog tijd over hebben om een B&B te runnen is echt te gek, alles ziet er perfect uit en het ontbijt wat we even later voor onze neus geschoven krijgen is ook heerlijk. Vandaag gaan we een dagje Bute verkennen, allereerst rijden we noordwaarts naar Rhubodach, waar een ferry naar Colintraive op het vasteland vaart. Vroeger zwommen hier, in de Kyles of Bute, de koeien naar de overkant, die naar de veemarkten op het vasteland gebracht moesten worden.
Ferry richting Colintraive

Kyles of Bute
We rijden weer terug richting het zuiden en nemen de meeste westelijke weg op het eiland richting het noorden. Hier houdt de weg op, met de auto kun je alleen verder als je op de boerderij woont (als je durft, want het pad zit vol kuilen en hobbels). We lopen een stuk over het pad langs de kust. Ondertussen komt een kudde schapen als gekken onze kant op rennen, met een boer op een quad er achter aan gescheurd. Eigenlijk zouden we verder willen lopen naar Kilmichael, waar de resten van een oude kapel staan. Het pad is echter zo lang, dat we niet onze hele dag willen verdoen met 1 lange wandeling. We gaan via een omweg door het bos - op zoek naar een oude grafheuvel die niet zo spectaculair is als wordt geadverteerd - weer terug richting auto.
Bute

Uitzicht onderweg
Als we terugrijden richting het midden van het eiland komen we langs Ettrick Bay. Hier stoppen we even voor een verfrissend blikje Irn Bru in de tea room en een wandeling over het strand, op dit moment op z'n best nu het tij laag is. Op het strand van Ettrick Bay ligt al jaren de Co-Worker, een vastgelopen vissersboot . Blijkbaar niet interessant om op te ruimen, of wie weet laat men het liggen voor de toeristen want het is een veelgefotografeerd wrak? In ieder geval reden genoeg om natte sokken te halen op het strand!
Co-Worker

Co-worker

Ettrick Bay

Naast het strand staat een interessante telefooncel: verweerd en het meeste glas is verdwenen, maar gelukkig kun je er nog wel bellen :)
Even Apeldoorn bellen..

 Het weer slaat ondertussen flink om: van zonnig vanmorgen drijven er nu donkere wolken rondom het eiland. Na een doodlopende weg richting St. Ninians Point (per ongeluk de verkeerde afslag, met gevaar voor de voorbumper van onze huurauto volgen we een hobbelig pad naar een paar verlaten huizen dwars door een veld), rijden we verder langs de kust richting St. Blanes. Onderweg zijn er genoeg redenen om een paar keer te stoppen en een stukje naar de kust te lopen, zoals bij Scalpsie Bay, een strand voor jezelf alleen terwijl het wolkendek weer openbreekt.
Scalpsie Bay

Het schijnt dat hier een van de beste plekken is om zeehonden te spotten die op de rotsen voor de kust liggen. Door het lange turen over het glinsterende water weten we nou niet of het bedrog is, of dat daar echt een zeehond ligt. Wij gaan uiteraard voor de laatste optie!
Dat is er eentje! (toch?)
 We zitten heerlijk beschut in het zonnetje, maar we moeten toch maar een keer door. Het is al halverwege de middag en de maag begint toch wel te knorren. We rijden langs Loch Quien richting St. Blanes, maar besluiten iets verder door te rijden naar het Kingarth Hotel voor een hamburger met frietjes. Echt de beste plek om te gaan eten, ontdekken we, een sappige hamburger op een heerlijk broodje, een grote verse salade en knapperige frietjes zoals we die nog nooit in Schotland gegeten hebben. Yumm!!
Loch Quien

Met een volle buik gaan we op zoek naar de ruines van St Blane's Chapel. Dit is de wandeling meer dan waard. Op deze plek kwamen rond het jaar 500 de eerste Christenen aan op Bute, waarna hier een klooster gebouwd werd. Door de invallen van de Vikingen is van het oude klooster nog maar weinig over, en de kerkruine is vooral afkomstig van het einde van de 16e eeuw.
St Blane's Chapel

St Blane's Chapel
Langs Dunagoil en een verlaten steencirkel in het bos (waarvan enkele stenen met ijzerpalen ondersteund worden), komen we weer terug in Kingarth.
Dunagoil
Standing Stones

Via een binnenweg langs Loch Ascog komen we weer terug in Rothesay.
Loch Askog

Nog even wandelen we naar Canada Hill, waar je een prachtig uitzicht hebt over Rothesay Bay en het vasteland.
Uitzicht vanaf Canada Hill
Voordat we op vakantie gingen, hebben we meegedaan met een prijsvraag: we kunnen kaartjes winnen voor de albumpresentatie van The Fratellis. De datum komt precies goed uit, het zal dan onze eerste avond in Glasgow zijn. Maar The Fratellis zijn in september al zo populair in Schotland, dus we rekenen er niet op dat we winnen. Een beetje gekscherend vragen we dan ook aan Heather in het B&B of we even de email mogen checken. We kunnen het bijna niet geloven als tussen de 100 ongelezen emails een email staat met: Congratulations! Voor de zekerheid checken we ook nog even het officiele Fratellis forum, en daar staat mijn naam als eerste!
Joehoe!
Dat moet natuurlijk 's avonds gevierd worden, we duiken de Black Bull Inn in Rothesay binnen en zitten onder het genot van Eastenders op tv een paar pints achterover te slaan. Later komen we nog wat Glaswegians tegen, leve het rookverbod, het schept toch een band om met z'n allen op straat te moeten staan roken en zo kom je weer eens nieuwe mensen tegen. We maken het iets te laat, ach ja, kunnen we alvast wennen aan ons aankomende weekend in Glasgow!



Eerst maar eens ontbijten vandaag, en dan afscheid nemen van Heather en Callum, dit was echt een leuk B&B! Voor de verandering eens een jong stel. Via de waterkant lopen we door de Esplenade Gardens, een mooi aangelegde tuin waar zich o.a. het Tourist Information Centre bevindt.
Esplenade Gardens

Bute ligt op de Highland Boundary Fault, de geologische scheidslijn tussen de Lowlands en de Highlands. Als je door de Esplanade Gardens loopt, loop je zo van Lowlands de Highlands in!
Lowlands

Highlands

Even verderop liggen de Victorian Toilets, daterend uit 1899. Van buiten ziet het gebouw er weinig spectaculair uit, maar binnen kunnen de mannen in stijl toileteren. Inderdaad, alleen de mannen want wc's voor vrouwen waren in die tijd absoluut onbelangrijk. En het is geen grap, deze toiletten hebben al meerdere malen de award voor 'mooiste openbaar toiletgebouw van de UK' gewonnen. 
Victorian Toilets

Victorian Toilets

Victorian Toilets

Via wat steegjes lopen we richting Rothesay Castle, dat midden in het stadje staat. Rothesay mag dan op het eerste gezicht een mooie, oude uitstraling hebben, in de achterstraatjes vind je de dichtgetimmerde panden en auto's met wel heel rare airconditioning, zoals je die wel vaker in Schotland tegen komt.
Schotse airco

Eenmaal bij het kasteel houdt de kaartverkoper ons aan de praat: het is buiten het toeristenseizoen en hij is blijkbaar erg eenzaam. Maakt niet uit, hij heeft een leuke babbel en we krijgen een gratis 'tour' van het kasteel.
Rothesay, Serpentine Road, gezien vanaf het kasteel

Rothesay Castle
Ondertussen is het al 12 uur 's middags en wordt het tijd de ferry naar het vasteland te nemen. Bute is echt een leuk eiland, niet te groot maar evengoed hebben we in deze 2 dagen dingen overgeslaan die we wel hadden willen zien. Onder een grijs wolkendek zien we Rothesay verdwijnen, en even later rijden we van Wemyss Bay terug naar Prestwick Airport om de auto in te leveren. Gelukkig heeft 'ie de vakantie overleefd! Eenmaal op Prestwick valt ons de geweldige slogan van het vliegveld op: Pure Dead Brilliant!
Pure Dead Brilliant!

Vanaf Prestwick nemen we de trein naar Glasgow, en de metro richting Glasgow West End. Echt een heerlijke buurt, rare winkeltjes, een relaxte atmosfeer op straat, veel minder gehaast dan in het centrum. We checken in en krijgen een ruime kamer met krappe douche, gratis internetverbinding op de gang en toegang tot de gratis lading DVD's. Daar hebben we helemaal geen tijd voor, we gaan snel de stad in op zoek naar iets te eten (pizza).

Daarna is het op naar King Tuts, wat als verzamelpunt dient vanavond voor de busreis naar geheime locatie! Al snel spotten we de eerste mensen die we kennen van het Fratellis forum, en wordt het al gezellig voor we de bus instappen. En dan staan er ineens 2 touringcars voor de tent, onze namen worden afgestreept van de lijst en off we go! Zelfs de buschauffeur weet op een gegeven moment de weg niet meer, dus na wat belletjes rijden we weer verder de heuvels van Campsie Fells in. En dan, na ruim een uur rijden komen we aan bij een smal paadje, en het geluid van een doedelzakspeler komt ons tegemoet. We stappen uit, op een perfecte geheime lokatie, namelijk Culcreuch Castle in Fintry!! Boven de bar hangen de posters al klaar: Free larger (een bron van grappen die avond). Iedereen sluit netjes aan in de rij voor de bar, maar ondertussen bestelt persoon nummer 1 tien bier en geeft dat door naar achter. Tegen de tijd dat wij vooraan staan (doe ons er ook maar een stuk of 8, het is toch gratis) hebben we al 2 pints achter de kiezen en sluiten we ons aan bij de vaste forumgroep buiten. Wat een zootje, erg gezellig!! En dan horen we de eerste klanken van The Fratellis en haasten we ons naar binnen. 
Fratellis album launch party

Het geluid staat superhard, maar wat een toffe show! Na het optreden worden we allemaal de bus weer ingeloodst, mensen stappen de bus binnen met hun handen vol pints en flessen voor op de terugweg. Een van de mooiste dingen die ik niet snel meer zal vergeten, terugrijdend naar Glasgow over smalle wegen met haarspeldbochten waar auto's met beslagen ruiten staan (prima plekje om je vriendinnetje mee naar toe te nemen op een donderdagavond :), zien we plots Glasgow liggen in de Clyde Valley. Al die lichten van de stad daar in de diepte, zo indrukwekkend. 

Helaas mislukken natuurlijk de foto's die we proberen te maken door het busraam, gelukkig kunnen wij het nog onthouden. Dat valt niet te zeggen van wat andere mensen, die laveloos in de bus liggen. De buschauffeur is zacht gezegd 'not amused' met kotsende mensen in zijn bus, en als we dan eindelijk weer op St Vincent Street aankomen en iemand nog een nare opmerking tegen hem maakt, slaan de stoppen door en stompt hij de jongen recht op zijn neus. Ach ja, dat heeft 'ie stiekem ook eerlijk verdiend! We nemen afscheid van de mensen die we hebben leren kennen vanavond, het was echt te gek. Ondanks dat de taxi ons afgeraden wordt omdat het vreselijk duur zou zijn, besluiten we toch maar luxe met de taxi terug te gaan naar het hotel, voor het luttele bedrag van 3 pond. Hoezo zijn in Glasgow taxi's duur? 
WC-humor in King Tuts


Geen opmerkingen:

Een reactie posten